Achtergrond

De gezondheidsstelsels van vandaag echo’s uit een periode van snelle bevolkingstoename en ongekende economische groei. Ze maakten deel uit van sociale netwerken die werden opgebouwd in het kader van de verzorgingsstaat (en in Midden- en Oost-Europa het communisme). De (politieke) bestuursstructuren waren die van het aan het bedrijfsleven ontleende management dat geld en voorzieningen van bovenaf verdeelde. Het bevorderen van de volksgezondheid stond gelijk met de uitbouw van een netwerk van medische voorzieningen, het stimuleren van gezonde leefstijlen speelde een marginale rol. Gebouwen van de gezondheidszorg – ziekenhuizen, psychiatrische instellingen – namen een sleutelpositie in. Ondertussen hoort dit alles tot het verleden. De toen opgebouwde netwerken van voorzieningen zijn verouderd. Economische groei leidt niet tot hogere inkomens voor de werkende bevolking. Sociale vangnetten zijn versoberd. Banen voor het leven worden zeldzaam. Traditionele vormen van eigendom maken plaats voor gedeeld gebruik. Sociale media verwoestten de notie van homogene sociale klassen en vervingen het door vloeibaar veld van vaak tijdelijke digitale verbanden op basis van gedeelde interesses. Geavanceerde ICT-technologie biedt mogelijkheden om de relatie tussen ‘klant’ en aanbieder nieuw te definiëren en te personaliseren. De oude stelsels van volksgezondheid worden onbetaalbaar, en een groeiend deel van de bevolking ontbeert de middelen om zelf in de kosten te voorzien. Tegen deze achtergrond neemt het belang van niet-medische middelen om de volksgezondheid te bevorderen toe. Het potentieel van architectuur en stedenbouw om gezonde leefstijlen aan te moedigen speelt – opnieuw – een cruciale rol.